B-brevet


De B-brevet eisen bestaan uit een theorie examen (antwoordblad) en een aantal praktijkeisen. Voor het theoretische examen dien je de leerdoelen voor het B-brevet te beheersen. De praktijkeisen zijn als volgt:

  1. Tien formatie instructie sprongen. Dit zijn sprongen waarbij een ervaren springer de beginnende springer leert om met meerdere mensen te springen. Het zwaartepunt ligt hierbij op het veilig springen met andere mensen in de buurt.
  2. Ten minste 50 vrije val sprongen.
  3. Ten minste 30 minuten vrije val tijd.
  4. 10 sprongen met een landing binnen 5 meter van het aangewezen landingspunt.
  5. Hebben voldaan aan de minimale vaardigheidseisen van 1 van de wedstrijddisciplines zoals omschreven in module 10.
  6. Eigen springuitrusting kunnen controleren op veiligheid voor het gebruik.
  7. 10 sprongen, volledig te besteden aan canopy control. Dit zijn sprongen die je maakt om je parachute beter te leren beheersen en te vliegen, zodat je veilig en zacht kunt landen. De afdeling parachutespringen heeft een oefenprogramma canopy control ontwikkeld, welke je hier kunt downloaden. Mocht je behoefte hebben aan meer theoretische informatie, dan kun je op de site van Philip Hellemans van het Belgische VVP kijken. Hier staat onder andere een vertaling van het boek "The book of Canopy control" van Bryan Burke.

De leerstof voor het B-brevet uit het handboek sportparachutist en het BVR en BR kun je downloaden of bestellen bij HBP.

Als je in het bezit bent van het B-brevet spring je onder eigen verantwoordelijkheid. Je bent niet meer verplicht om een geldige medische verklaring te hebben. Overigens kan dit in het buitenland wél vereist zijn. Daarnaast mag je op kleinere terreinen landen, waardoor je bijvoorbeeld vaker een demonstratiesprong mag maken. Ook mag je (onder voorwaarden) vrije-val video beelden maken. Met het B-brevet op zak mag je tevens beginnen met het behalen van de hulpinstructiebevoegdheid.